Stof
Het laken onpersoonlijk
krakend om je witte kin
waarin je tanden niet jouw tanden
en je handen onwaarschijnlijk stil
Je huid je warme koele huid
je houdt je ogen
voor mij altijd jouw ogen
achter ouwelblad verborgen
zonnestofjes dalen rustig
op de gele wafeldeken neer
de brillenglazen waardoor jij niets meer ziet
weerspiegelen het harde licht dat ons omringt
Roerloos lichaam twijfelend bestaan
groevend leven vloeit weg langs kantelraam
de bloemen staan in veel te hoge vazen
zien geen buitenwereld meer
Wij houden handen
tot ik besef het is mijn hand
nog maar
de jouwe houdt mij niet